ECLI:NL:RBARN:2010:BL2858
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C.A. Walda
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over perceelsgrens en eigendom strook grond door verjaring
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de exacte perceelsgrens tussen de percelen van eiseres en gedaagden, alsmede de eigendom van een strook grond gelegen tussen de kadastrale grens en een feitelijk hekwerk. Eiseres vordert dat het hekwerk als juridische grens wordt erkend en dat zij eigenaar is van de strook grond door verkrijgende verjaring.
Gedaagden betwisten dit en stellen dat de kadastrale grens geldt als perceelsgrens en dat eiseres het gebruik van de strook grond moet staken. De rechtbank onderzoekt of eiseres ondubbelzinnig bezit heeft gehad van de strook grond, hetgeen vereist is voor eigendom door verjaring.
De rechtbank oordeelt dat eiseres de strook grond niet voor zichzelf maar voor de rechtsvoorganger van gedaagden heeft gehouden, mede omdat zij toestemming had om het hekwerk te plaatsen. Hierdoor ontbreekt het ondubbelzinnige bezit dat nodig is voor verjaring. De vorderingen van eiseres worden afgewezen. De rechtbank verklaart dat de kadastrale grens de perceelsgrens is en veroordeelt eiseres om het perceel van gedaagden te verlaten en ontruimen binnen veertien dagen, onder dreiging van een dwangsom.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot eigendom door verjaring af en bevestigt de kadastrale grens als perceelsgrens.