ECLI:NL:RBARN:2010:BL4370
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak arrestantenverzorger wegens gebrek aan overtuigend bewijs ontucht
Verdachte, werkzaam als arrestantenverzorger in politiebureau Arnhem, werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een vrouwelijke arrestante in 2006 en 2007. De arrestante verklaarde dat verdachte haar meerdere malen betastte en haar dwong tot seksuele handelingen. Ook een medeverdachte bevestigde dat hij verdachte betrapte tijdens het betasten van de arrestante.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende overtuigend steunbewijs was voor de verklaringen van de arrestante. De dienstroosters en toegangspassen maakten het niet ondenkbaar dat de medeverdachte het misbruik kon hebben gezien, maar het drukke tijdstip maakte ontucht minder aannemelijk. Bovendien waren er inconsistenties in de verklaringen en was de tijdlijn van de medeverdachte niet geheel in overeenstemming met andere gegevens.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De civiele vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 18 februari 2010 na zittingen in februari 2009 en 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs en civiele vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.