ECLI:NL:RBARN:2010:BL6007
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag wegens bestuurdersaansprakelijkheid failliete vennootschap
De rechtbank Arnhem behandelde een kort geding waarin eiser vorderde dat conservatoire beslagen op zijn onroerende zaken en banktegoeden werden opgeheven. Deze beslagen waren gelegd door de curator van de failliete vennootschap waarbij eiser bestuurder was, op grond van bestuurdersaansprakelijkheid voor het faillissementstekort.
De curator stelde dat eiser zijn taak als bestuurder onbehoorlijk had vervuld, onder meer door het te laat deponeren van jaarrekeningen, het niet naleven van milieu- en veiligheidsvoorschriften, en selectieve betalingen aan groepsmaatschappijen. Eiser betoogde dat de vordering ondeugdelijk was en dat voldoende zekerheid was gesteld via een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en een depot van overwaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet summierlijk bleek dat het recht van de curator ondeugdelijk was en dat de verzekering en het depot onvoldoende zekerheid boden. Ook de belangenafweging tussen eiser en curator leidde niet tot opheffing van het beslag. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot opheffing conservatoir beslag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijkheid bestuurdersaansprakelijkheid en onvoldoende zekerheid.