ECLI:NL:RBARN:2010:BL6596
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst na stilzwijgende verlenging voor bepaalde tijd
De werknemer trad op 3 december 2007 in dienst bij ATU met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden, met de mogelijkheid tot een aanbod voor onbepaalde tijd bij goed functioneren en bedrijfseconomische mogelijkheden. De werknemer voerde werkzaamheden voort na afloop van de eerste termijn en stelde dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan, mede op grond van een felicitatie van zijn teamleider en de vermelding op een personeelslijst.
ATU betwistte dat er een aanbod voor onbepaalde tijd is gedaan en stelde dat de arbeidsovereenkomst tweemaal stilzwijgend is verlengd voor telkens zes maanden, waarna deze van rechtswege eindigde op 1 juni 2009. De kantonrechter oordeelde dat uit de arbeidsovereenkomst en de cao niet volgt dat ATU verplicht was een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden zonder actief handelen, en dat de stilzwijgende verlengingen niet leidden tot een contract voor onbepaalde tijd.
De vordering van de werknemer tot loonbetaling over juni, juli en augustus 2009 werd afgewezen, en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter concludeerde dat de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2009 van rechtswege is geëindigd conform artikel 7:668 BW Pro.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 1 juni 2009; de vordering tot loonbetaling wordt afgewezen.