ECLI:NL:RBARN:2010:BL6814
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kredietovereenkomst en bewijsconteste contante betaling
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen IDM Finance B.V. en twee gedaagden over een doorlopende kredietovereenkomst met meerdere kredietlimietverhogingen. IDM vorderde betaling van een openstaand bedrag en stelde dat de kredietverlening verantwoord was, terwijl gedaagden betwistten dat sprake was van overkreditering en stelden dat een deel van de schuld contant was afgelost via een intermediair.
De rechtbank concludeerde dat IDM voldoende onderzoek had gedaan naar de draagkracht van gedaagden en dat er geen bewijs was voor overkreditering. De stelling van gedaagden dat een contante betaling van EUR 2.038,70 was gedaan aan de intermediair werd niet erkend door IDM, die de bevoegdheid van de intermediair betwistte.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden mochten aannemen dat de intermediair bevoegd was betalingen te ontvangen, gelet op de door IDM verstrekte documenten en de feitelijke gang van zaken. Daarom moeten gedaagden bewijzen dat de contante betaling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelde een datum voor getuigenverhoor vast en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Gedaagden moeten bewijzen dat zij een contante betaling aan de intermediair hebben verricht ter gedeeltelijke aflossing van het krediet.