ECLI:NL:RBARN:2010:BL9007
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W.J. Lorenzo van Rooij
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Betalingen namens BV kwalificeren als informeel kapitaal, geen aftrek kosten tbs
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV, verrichtte in 2004 betalingen namens de BV die hij als kosten ter beschikking gesteld vermogen (tbs) wilde aftrekken in zijn inkomstenbelasting. Eiser stelde dat deze betalingen onder een in 2004 gesloten vaststellingsovereenkomst vielen en dat hij op het vertrouwensbeginsel kon steunen.
De rechtbank overwoog dat de vaststellingsovereenkomst alleen betrekking had op het jaar 2001 en niet op later ontstane vorderingen. Het niet expliciet uitsluiten van de betalingen in 2004 maakte deze niet automatisch onderdeel van de overeenkomst. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder niet had gewekt dat een vervolgafspraak zou worden gemaakt.
Verweerder stelde dat de BV op het moment van de betalingen al in een slechte financiële positie verkeerde en dat sprake was van informeel kapitaal, waardoor aftrek niet mogelijk was. De rechtbank vond dat verweerder dit aannemelijk had gemaakt en dat de betalingen daarom niet als lening konden worden aangemerkt maar als informeel kapitaal.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van kosten tbs af omdat de betalingen informeel kapitaal zijn.