ECLI:NL:RBARN:2010:BL9275
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C. van Emden-Geenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot teruggave inboedel en auto wegens rechtsgeldige omzetting bezitloos pandrecht in vuistpand
In deze kortgedingprocedure vorderen F. en zijn schoonzoon Ballast Nedam te veroordelen tot afgifte van inboedelgoederen en een Jaguar die door Ballast Nedam in beslag zijn genomen. Ballast Nedam had eerder een bezitloos pandrecht gevestigd op deze goederen en dit omgezet in een vuistpandrecht.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de pandakte van 4 april 2007 na uitvoerig overleg tussen partijen tot stand is gekomen en dat de goederen waarop het pandrecht rust, waaronder de inboedel en de Jaguar, rechtsgeldig zijn verpand. F. betoogt dat hij ten tijde van het vestigen van het pandrecht beschikkingsonbevoegd was omdat de goederen eigendom waren van zijn schoonzoon, maar de rechter acht dit niet aannemelijk op basis van de letterlijke tekst van de koopovereenkomst en de pandakte.
Verder wordt overwogen dat Ballast Nedam gerechtigd is het bezitloos pandrecht om te zetten in een vuistpand en dat de vorderingen van F. en zijn schoonzoon daarom worden afgewezen. De voorzieningenrechter wijst tevens de vorderingen af die Ballast Nedam zouden moeten verbieden om in de toekomst opnieuw maatregelen te nemen en de oplegging van een dwangsom. De proceskosten worden aan de zijde van Ballast Nedam toegewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot teruggave van inboedel en Jaguar worden afgewezen omdat het pandrecht rechtsgeldig is gevestigd en omgezet in vuistpand.