ECLI:NL:RBARN:2010:BL9281
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid executoriaal beslag niet vastgesteld in verzet tegen Ontvanger
Eisers, wonende aan een adres, dienden verzet in tegen het executoriaal beslag dat de Ontvanger op hun roerende zaken en voertuigen had gelegd vanwege openstaande belastingaanslagen. Zij vorderden onder meer opheffing van het beslag en staking van de tenuitvoerlegging.
De Ontvanger beriep zich op zijn bevoegdheid op grond van artikel 10 lid 1 sub b jo Pro. 15 Invorderingswet 1990 om over te gaan tot versnelde invordering en beslaglegging wegens gegronde vrees voor verduistering, mede gebaseerd op het strafrechtelijk verleden en de aard van de in beslag genomen goederen. Eisers betwistten dit en verwezen onder meer naar een vrijspraak in een strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat de Ontvanger voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van gegronde vrees voor verduistering, gezien de waarde en aard van de goederen en het anti-fiscale gedrag van eiser. De vrijspraak in de strafzaak deed hieraan niet af omdat het fiscale en strafrechtelijke traject verschillende doelen hebben.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de kostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen het executoriaal beslag is ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.