ECLI:NL:RBARN:2010:BL9284
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over contractuele minimumafname en boetebeding hoorbrillen tussen Varibel en Beter Horen
Varibel en Beter Horen zijn partijen in een geschil omtrent de contractuele verplichting van Beter Horen om minimaal 3.000 hoorbrillen af te nemen in 2008, waarbij Varibel een boete van €750 per niet-afgenomen hoorbril vordert. Beter Horen betwist de overeengekomen resultaatsverbintenis en stelt onder meer dat sprake is van dwaling en wanprestatie door Varibel.
De rechtbank overweegt dat de schriftelijke overeenkomst en de onderhandeling duidelijk wijzen op een minimumafname van 3.000 hoorbrillen met een boetebeding, maar laat Beter Horen toe tegenbewijs te leveren. Tevens wordt een bewijsopdracht gegeven om te onderzoeken of Varibel onjuiste indrukken heeft gewekt over de productontwikkeling en ondersteuning.
Daarnaast is er een geschil over het gebruik door Varibel van klantgegevens van Beter Horen voor het verzenden van nieuwsbrieven en mededelingen. De rechtbank oordeelt dat deze klanten gemeenschappelijk zijn en dat Varibel het gebruik van gegevens voor service en communicatie mag voortzetten, maar dat de niet-neutrale brief van Varibel van mei 2009 in strijd is met de afspraak tot neutrale berichtgeving.
De rechtbank wijst de vorderingen van Varibel toe voor zover het gaat om de contractuele boete, maar staat Beter Horen toe bewijs te leveren tegen de stellingen. De vorderingen van Beter Horen tot een verbod op contact en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen worden grotendeels afgewezen, behalve de schadevergoeding voor de niet-neutrale brief.
De verdere procedure wordt aangehouden en getuigenverhoren worden gepland.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Beter Horen contractueel is tekortgeschoten in de afname van hoorbrillen, staat Varibel toe de boete te vorderen, maar laat Beter Horen toe tegenbewijs te leveren en wijst schadevergoeding toe voor niet-neutrale communicatie.