ECLI:NL:RBARN:2010:BM1958
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek proceskostenveroordeling bij intrekking beroepschrift belastingzaak
Verzoeker stelde beroep in tegen een uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst. Verweerder kwam volledig tegemoet aan het bezwaar, waarna verzoeker het beroep wenste in te trekken. Een door verweerder aan de rechtbank gezonden verklaring van intrekking, ondertekend door verzoeker maar geadresseerd aan verweerder, werd niet als daadwerkelijke intrekking aan de rechtbank beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat de daadwerkelijke intrekking van het beroep plaatsvond bij een latere brief van verzoeker aan de rechtbank, waarbij ook tegelijk het verzoek om proceskostenvergoeding werd ingediend. Verweerder voerde aan dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat verzoeker had ingestemd met een lager bedrag, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding tijdig was gedaan en dat het bedrag van €322 passend was op basis van het forfaitaire bedrag voor beroepsmatige rechtsbijstand in belastingzaken. Verzoeker kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij verweerder verhalen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoeker en wees erop dat hoger beroep mogelijk is binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten wegens tijdige intrekking van het beroep en verzoek om proceskostenvergoeding.