ECLI:NL:RBARN:2010:BM3085
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige schendingen verschoningsrecht advocaat in Hoefijzer-onderzoek
In het strafrechtelijk onderzoek naar fiscale en faillissementsfraude, het Hoefijzer-onderzoek, werd verdachte, een voormalig advocaat, vervolgd voor onder meer valsheid in geschrifte en witwassen. Het onderzoek richtte zich op meerdere failliete vennootschappen waarbij verdachte betrokken was.
De rechtbank constateerde dat het Openbaar Ministerie en opsporingsambtenaren fundamenteel onjuiste uitgangspunten hanteerden over het verschoningsrecht van de verdachte als advocaat. Gegevens en documenten die onder het verschoningsrecht vielen, werden zonder toestemming van de geheimhouder in beslag genomen, toegevoegd aan het dossier en niet tijdig vernietigd. Ook werden gesprekken met verdachte niet tijdig aan de deken en officier van justitie voorgelegd.
De rechtbank oordeelde dat deze ernstige en grootschalige schendingen van het verschoningsrecht het recht op een eerlijke procesorde van verdachte hebben geschaad. Het belang van het verschoningsrecht weegt zwaarder dan het belang van vervolging in deze zaak. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige schendingen van het verschoningsrecht van de verdachte advocaat.