ECLI:NL:RBARN:2010:BM3091
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige schendingen verschoningsrecht advocaat in grootschalig fraudeonderzoek
In het strafrechtelijk onderzoek naar meerdere failliete ondernemingen en witwaspraktijken werd verdachte, tevens advocaat, verdacht van diverse strafbare feiten, waaronder valsheid in geschrifte en faillissementsfraude. Tijdens het onderzoek werden gegevens van derdengeldenrekeningen en administratieve stukken in beslag genomen, evenals tapgesprekken opgenomen.
De rechtbank constateerde dat het Openbaar Ministerie en opsporingsambtenaren fundamenteel onjuiste uitgangspunten hanteerden bij de beoordeling van het verschoningsrecht van verdachte als advocaat. Zo werd verdachte onterecht primair als ondernemer gezien, waardoor het verschoningsrecht onvoldoende werd gerespecteerd. Tevens werden gegevens en stukken die onder het verschoningsrecht vielen zonder toestemming van de geheimhouder in beslag genomen, zonder betrokkenheid van de rechter-commissaris of de deken van de Orde van Advocaten. Tapgesprekken werden niet tijdig aan de officier van justitie en de deken voorgelegd en vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat deze ernstige vormverzuimen niet meer hersteld kunnen worden en dat het Openbaar Ministerie hierdoor ernstig tekort is geschoten in de zorgvuldigheid en eerlijke procesorde. Het maatschappelijk belang van het verschoningsrecht prevaleert in deze zaak boven het belang van vervolging. Daarom verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige schendingen van het verschoningsrecht van verdachte advocaat.