ECLI:NL:RBARN:2010:BM4144
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij fatale steekpartij
Verdachte werd verdacht van medeplegen van moord, medeplichtigheid daaraan, poging zware mishandeling en openlijke geweldpleging ten aanzien van een slachtoffer dat aan verwondingen overleed.
Tijdens de terechtzitting op 28 april 2010 werd verdachte bijgestaan door zijn raadsman en verschenen ook nabestaanden van het slachtoffer. De officier van justitie eiste vrijspraak en verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar civiele vordering.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van medeverdachten en familie met voorzichtigheid moesten worden gelezen vanwege belangenverstrengeling en wisselende verklaringen. Onafhankelijke getuigen zagen slechts delen van het incident, waardoor niet kon worden vastgesteld of en welke rol verdachte had gespeeld.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade de moord had gepleegd of medeplichtig was. Ook de meer subsidiaire feiten konden niet bewezen worden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij de fatale steekpartij.