ECLI:NL:RBARN:2010:BM4273
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetes wegens onvoldoende bewijs overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij stages Thaise studenten
Een hotelketen had tewerkstellingsvergunningen gekregen voor Thaise studenten die stages liepen in diverse hotels. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde boetes op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen, stellende dat de stagiairs reguliere arbeid verrichtten buiten de reikwijdte van de vergunningen.
De rechtbank stelde vast dat de boetes gebaseerd waren op controles en verklaringen van stagiairs en betrokkenen, waarbij werd geconcludeerd dat de werkzaamheden niet voldeden aan het gefaseerde stageprogramma waarop de vergunningen waren gebaseerd. Verweerder had het introductie- en inwerkplan als maatstaf genomen, maar de rechtbank oordeelde dat dit plan niet het formele stageprogramma was waarop de vergunningen waren gebaseerd.
De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had onderzocht of daadwerkelijk was afgeweken van het officiële Curriculum 2004, dat aan de vergunningen ten grondslag lag. Eenvoudige werkzaamheden en het ontbreken van supervisorniveau waren niet zonder meer bewijs van overtreding. Daarom werden de boetes vernietigd en de beroepen gegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde de Minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes wegens onvoldoende bewijs dat de werkzaamheden van de stagiairs buiten de tewerkstellingsvergunning vielen.