ECLI:NL:RBARN:2010:BM5510
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem verklaart zich bevoegd ondanks arbitrageclausule in bouwgarantieregeling
In dit bevoegdheidsincident stond de vraag centraal of de rechtbank Arnhem bevoegd was om kennis te nemen van een geschil tussen Woningborg N.V. en twee bouwondernemers, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], of dat een arbitrageclausule in een overeenkomst van inschrijving uit 1993 de exclusieve bevoegdheid aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw toekende.
Woningborg stelde zich op het standpunt dat op het project Mecklenburg te Huissen de GIW Garantie- en waarborgregeling A.1999 van toepassing was, waarin artikel 16.2 bepaalt dat geschillen door de gewone rechter worden beslecht, tenzij anders bepaald. De bouwondernemers betoogden dat de arbitrageclausule uit 1993 geen verwijzing bevatte naar latere garantieregelingen en dat de Raad van Arbitrage exclusief bevoegd was.
De rechtbank oordeelde op grond van een taalkundige uitleg dat de verwijzing in de overeenkomst van inschrijving ook toekomstige GIW-regelingen omvat, waaronder de Garantie- en waarborgregeling A.1999. Hierdoor is de gewone rechter bevoegd. Tevens is de rechtbank Arnhem relatief bevoegd gelet op de vestigingsplaats van de partijen. Ten aanzien van [gedaagde sub 2] geldt dat geen arbitraal beding bestaat en de algemene bevoegdheidsregels van toepassing zijn.
De rechtbank wees het beroep op onbevoegdheid af, verklaarde zich bevoegd en veroordeelde de bouwondernemers in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak werd aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank Arnhem verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op onbevoegdheid af.