ECLI:NL:RBARN:2010:BM5992
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- C. van Linschoten
- J.T. van Belzen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters Smedema, Hamaker en Somsen van de meervoudige kamer in een strafzaak, omdat zij geweigerd hadden de behandeling aan te houden en zaken te voegen, alsmede verzoeken tot het horen van getuigen afwezen. Verzoeker vreesde dat de rechters hun oordeel al hadden gevormd en daardoor niet onpartijdig zouden zijn.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en het recht op een onpartijdige rechter zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. De toets bestond uit een subjectieve beoordeling van de persoonlijke overtuiging van de rechters en een objectieve toets of er voldoende waarborgen waren om elke gerechtvaardigde twijfel over onpartijdigheid uit te sluiten.
Uit het proces-verbaal en de zittingsaantekeningen bleek dat de afwijzing van verzoekers verzoeken gemotiveerd en inhoudelijk was, zonder aanwijzingen die de schijn van vooringenomenheid wekten. De vrees van verzoeker was gebaseerd op vermoedens zonder nadere onderbouwing. Daarom faalden de wrakingsgronden en werd het verzoek afgewezen.
De beslissing werd op 27 april 2010 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Arnhem, waarbij tevens werd vastgesteld dat tegen deze beschikking geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.