ECLI:NL:RBARN:2010:BM6405
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Tariefstelling bouwleges leidt niet tot onredelijke en willekeurige belastingheffing
Eiser heeft vier aanvragen ingediend voor bouwvergunningen voor een project verdeeld over vier fasen. Verweerder bracht leges in rekening die na bezwaar werden verminderd, maar eiser bleef het niet eens met de hoogte van de leges en stelde beroep in.
De rechtbank overweegt dat de legesverordening 2006 terecht is toegepast omdat het belastbare feit het in behandeling nemen van de aanvragen in 2006 betreft. Eiser stelde dat het tarief onredelijk en willekeurig is vanwege een hoog kostendekkingspercentage en het ontbreken van een hardheidsclausule, mede omdat de aanvragen grotendeels betrekking hadden op gelijksoortige woningen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad dat gemeenten ruime beleidsvrijheid hebben bij het vaststellen van heffingsmaatstaven en dat geen rechtstreeks verband vereist is tussen de hoogte van de leges en de kosten van de dienst. Ook de opbrengstlimiet geldt voor het totaal van de rechten in de verordening, niet voor afzonderlijke diensten. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de legesheffing wordt ongegrond verklaard.