ECLI:NL:RBARN:2010:BM7401
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verstrijken verzettermijn bij dwangsombesluit en geen misbruik van recht door gemeente
Eiseres, een besloten vennootschap, vorderde betaling van een bedrag van de gemeente wegens onrechtmatige inning van een dwangsom. Het geschil betrof een last onder dwangsom opgelegd door de gemeente om terreinverharding terug te brengen tot een bepaalde oppervlakte, terwijl later het bestemmingsplan werd gewijzigd waardoor de overtreding gelegaliseerd werd.
De eiseres stelde dat de betaling van de dwangsom onverschuldigd was omdat de rechtsgrond met terugwerkende kracht was komen te vervallen en dat de gemeente zich schuldig had gemaakt aan misbruik van recht door de dwangsom te innen ondanks zicht op legalisatie. De gemeente voerde verweer dat ten tijde van het dwangsombesluit geen concreet zicht op legalisatie bestond en dat het dwangbevel onherroepelijk was geworden omdat eiseres niet binnen de wettelijke termijn in verzet was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat het dwangbevel onherroepelijk was geworden door het verstrijken van de verzettermijn en dat daardoor de betaling niet onverschuldigd was. Verder was er geen sprake van misbruik van recht door de gemeente. Door het verstrijken van de verzettermijn konden de overige stellingen van eiseres niet meer worden onderzocht. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de dwangsom wordt afgewezen omdat het dwangbevel onherroepelijk is geworden en geen sprake is van misbruik van recht.