ECLI:NL:RBARN:2010:BM9308
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot rectificatie wegens misleidende reclame over lichtreflectiewaarden tapijttegels
Desso, producent van vloersystemen, vordert in kort geding dat Interface en haar gelieerde vennootschappen zich onthouden van het openbaar maken van reclame-uitingen met onjuiste lichtreflectiewaarden (LRV) van tapijttegels. Desso stelt dat Interface onjuiste LRV's communiceert door de L*-waarde als LRV te presenteren, wat misleidend en onrechtmatig is volgens artikel 6:194 BW Pro.
Interface voert verweer dat de gedagvaarde vennootschappen zich niet bezighouden met marketing en verkoopactiviteiten en dat zij zelf geen reclame-uitingen met de betwiste LRV's hebben gedaan. De rechtbank oordeelt dat Desso onvoldoende concrete feiten heeft gesteld om aan te tonen dat deze vennootschappen zich schuldig hebben gemaakt aan misleidende reclame of dat er een dreiging bestaat dat zij dat in de toekomst zullen doen.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt Desso in de proceskosten. Interface heeft aannemelijk gemaakt dat de marketingactiviteiten plaatsvinden via andere groepsmaatschappijen die niet zijn gedagvaard. Het enkele feit dat de vennootschappen deel uitmaken van hetzelfde concern is onvoldoende voor aansprakelijkheid. Ook de vordering tegen Heuga, dochtervennootschap actief op de consumentenmarkt, wordt afgewezen wegens gebrek aan concreet bewijs van misleiding.
De uitspraak benadrukt de strenge eisen voor doorbraak van aansprakelijkheid binnen concernverhoudingen en het belang van concrete feiten om misleidende reclame aan te tonen. Desso wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Interface.
Uitkomst: De vorderingen van Desso worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de gedagvaarde vennootschappen misleidende reclame hebben gemaakt.