ECLI:NL:RBARN:2010:BM9312
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontslag van instantie wegens verwevenheid vorderingen in faillissementsprocedure
In deze civiele procedure is eiseres failliet verklaard, waarna de procedure werd geschorst om de curator de gelegenheid te geven het geding over te nemen. De curator heeft aangegeven het geding niet over te nemen. Gedaagde verzocht daarop om ontslag van instantie in conventie op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro.
De rechtbank overweegt dat ontslag van instantie in beginsel toewijsbaar is, tenzij de vorderingen in conventie en reconventie zodanig met elkaar verweven zijn dat het in strijd is met de goede procesorde om de procedure te splitsen. In deze zaak zijn de vorderingen nauw verweven: eiseres vordert betaling van de koopsom en meerwerk, terwijl gedaagde stelt dat sprake is van een vaste prijs en dat het jacht niet aan de overeenkomst voldoet, met schade die hij wil verrekenen.
De rechtbank oordeelt dat de procesuele band tussen de vorderingen niet zonder noodzaak mag worden verbroken en wijst daarom het verzoek tot ontslag van instantie af. De procedure wordt aangehouden totdat ook in reconventie kan worden voortgeprocedeerd. De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van instantie wordt afgewezen vanwege de verwevenheid van de vorderingen; de procedure wordt aangehouden en verwezen naar de parkeerrol.