ECLI:NL:RBARN:2010:BN1804
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen maatschapsovereenkomst, bewijsopdracht samenwerkingsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat gedaagde toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van een samenwerkingsovereenkomst, als alternatief voor een maatschapsovereenkomst die volgens de rechtbank niet tot stand is gekomen.
Eiser baseert zijn vordering op afspraken over winst- en kostenverdeling, risicoverdeling en rente over kapitaalrekeningen, zoals vastgelegd in een brief van juni 2006. Gedaagde verzet zich inhoudelijk, maar niet tegen de eiswijziging zelf.
De rechtbank blijft bij haar eerdere oordeel dat op 8 januari 2005 geen maatschapsovereenkomst is gesloten, en wijst erop dat het bestaan en de inhoud van een andere samenwerkingsovereenkomst door eiser moeten worden bewezen. Het bewijs kan door getuigen of schriftelijke stukken worden geleverd.
De rechtbank bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op 29 september 2010, tenzij partijen tijdig een ander bewijsmiddel aangeven. De beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
De uitspraak benadrukt dat zonder bewijs van de samenwerkingsovereenkomst geen veroordeling tot nakoming mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en draagt eiser op bewijs te leveren van de samenwerkingsovereenkomst.