ECLI:NL:RBARN:2010:BN2314
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van door NMa opgelegde bestuurlijke boete in vennootschapsbelasting
Eiseres, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, kreeg een boete opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens overtreding van het kartelverbod. Deze boete werd door verweerder niet in aftrek toegelaten bij de vaststelling van de vennootschapsbelasting over 2005. Eiseres betwistte dit en stelde dat de boete deels voordeelontnemend was en dus wel aftrekbaar.
De rechtbank oordeelt dat de NMa-boete kwalificeert als een bestuurlijke boete in de zin van artikel 3.14, derde lid, Wet IB 2001, die niet aftrekbaar is. De wetsgeschiedenis toont dat de wetgever alle bestuurlijke, tuchtrechtelijke en strafrechtelijke boetes gelijk wil behandelen en volledig van aftrek wil uitsluiten. De rechtbank wijst het onderscheid tussen voordeelontnemend en bestraffend karakter af en benadrukt dat het bestraffende karakter van de boete bepalend is.
Verder verwerpt de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het neutraliteitsbeginsel, aangezien de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid dit onderscheid mag maken en de grondslag van de winstbelasting mag bepalen. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de boete blijft niet aftrekbaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wijst het beroep af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de NMa-boete niet aftrekbaar is van de fiscale winst.