ECLI:NL:RBARN:2010:BN3298
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Wiegman
- F.J.H. Hovens
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken onpartijdigheidsschade
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. W.A. Holland, rechter-commissaris in een strafzaak na terugverwijzing door de Hoge Raad. Het verzoek richtte zich op vermeende onpartijdigheid vanwege communicatie en afwijzing van onderzoekswensen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was. Uit de feiten bleek dat mr. Holland contact had met de voorzitter van de strafkamer en dat overleg tussen rechter-commissarissen gebruikelijk is. Er was geen bewijs dat mr. Holland zich partijdig had gedragen of dat zijn onpartijdigheid schade had geleden.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat uitzonderlijke omstandigheden nodig zijn om dit te betwijfelen. De inhoudelijke beoordeling van de afwijzing van het verzoek tot onderzoek hoorde niet thuis in de wrakingsprocedure.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en bleef mr. Holland bevoegd om de zaak te behandelen. Tegen deze beschikking is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Holland wordt afgewezen wegens ontbreken van feiten die twijfel aan zijn onpartijdigheid rechtvaardigen.