ECLI:NL:RBARN:2010:BN3960
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M. Smit
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk-belangaandelen bij remigratie dga en vestigingsplaats holding BV
Eiser, voormalig inwoner van België, richtte in 2001 een holding BV op in Nederland waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder was. De kern van het geschil betrof de vestigingsplaats van deze BV tot 1 januari 2005, relevant voor de fiscale verkrijgingsprijs van aanmerkelijk-belangaandelen bij zijn remigratie naar Nederland.
Verweerder stelde dat de BV in Nederland was gevestigd, omdat het gehele concern in Nederland was gevestigd en verwees naar de plaats van feitelijke leiding van het concern. Eiser betoogde dat de feitelijke leiding van de BV in België was, waar hij woonde en waar alle bestuursbesluiten werden genomen.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij verweerder lag en dat deze niet slaagde in het bewijs dat de feitelijke leiding in Nederland plaatsvond. Het feit dat eiser werkzaamheden verrichtte in Nederland en de formele inschrijving in Nederland waren onvoldoende om de vestigingsplaats in Nederland aan te nemen. De rechtbank volgde de uitleg van het OESO-modelverdrag en concludeerde dat de plaats van feitelijke leiding van de holding BV bepalend is, niet die van het gehele concern.
Daarom werd de verkrijgingsprijs per 1 januari 2005 vastgesteld op € 8.109.643, waarmee eiser recht heeft op een step up. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd vergoed.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem op 12 augustus 2010.
Uitkomst: De verkrijgingsprijs van de aanmerkelijk-belangaandelen werd vastgesteld op € 8.109.643 met recht op step up.