ECLI:NL:RBARN:2010:BN3994
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag en schorsing executie verstekvonnis
De zaak betreft een vordering van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] tot opheffing van conservatoir beslag op hun woning en schorsing van de executie van een verstekvonnis tot betaling van een kredietschuld aan DSB Bank, vertegenwoordigd door curatoren Schimmelpenninck en Knüppe.
De kredietovereenkomst werd aangegaan met De Vliet Voorschotbank, later opgevolgd door DSB Bank, die failliet ging. Na betalingsachterstanden en een verstekvonnis tot betaling van ruim €55.000,- werd conservatoir beslag gelegd op de woning van [eiser sub 2], die reeds verkocht was met levering gepland op 15 juli 2010.
[Eiser sub 1] en [eiser sub 2] stelden dat het beslag nietig was wegens een vormverzuim en dat er betalingsafspraken waren gemaakt die de executie moesten schorsen. De rechtbank oordeelde dat het vormverzuim niet tot nietigheid leidde omdat de dagvaarding betekend was en de woonplaats van curatoren eenvoudig te achterhalen was. De gestelde betalingsafspraken waren onvoldoende concreet en schriftelijk bevestigd, terwijl nieuwe aanmaningen volgden.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een juridische of feitelijke misslag in het verstekvonnis en dat de executie niet onaanvaardbaar was. De vorderingen werden afgewezen en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van het conservatoir beslag en schorsing van de executie van het verstekvonnis worden afgewezen.