ECLI:NL:RBARN:2010:BN4426

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
2 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
681989 - CV EXPL 10-5072
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 52 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering wegens verzuim dagvaarden bewindvoerster

In deze zaak heeft [gedaagde partij] in de periode maart tot en met mei 2005 diverse goederen besteld bij Wehkamp Finance B.V., waarvan de vordering aan Lindorff is gecedeerd. Op 10 december 2009 is het vermogen van [gedaagde partij] onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand, waarna [bewindvoerster] als bewindvoerster is benoemd.

Lindorff heeft een vordering ingediend tot betaling van een bedrag van € 226,20 vermeerderd met contractuele rente, gebaseerd op de geleverde goederen en het niet nakomen van betalingsverplichtingen door [gedaagde partij]. Hoewel Lindorff op de hoogte was van de onderbewindstelling en de identiteit van de bewindvoerster, heeft zij nagelaten de bewindvoerster te dagvaarden conform artikel 52 Rv Pro.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 1:441 lid 1 BW Pro de bewindvoerder de rechthebbende vertegenwoordigt in en buiten rechte. Omdat de vordering betrekking heeft op onder bewind gestelde goederen en Lindorff de bewindvoerster niet heeft gedagvaard, wordt zij niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst de proceskosten aan Lindorff toe.

Uitkomst: Lindorff wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet dagvaarden van de bewindvoerster.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector kanton
Locatie Arnhem
zaakgegevens 681989 \ CV EXPL 10-5072 \ AW\226\sb
uitspraak van
vonnis
in de zaak van
de besloten vennootschap Lindorff Purchase B.V., voorheen genaamd Transfair Purchase B.V.
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle
eisende partij
gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde partij]
wonende te Velp
gedaagde partij
gemachtigde [naam bewindvoerster] (Bewindvoerster over het vermogen van [gedaagde partij])
Partijen worden hierna Lindorff en [gedaagde partij] genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 april 2010
- de conclusie van antwoord met producties
- de conclusie van repliek met producties
2. De feiten
2.1 [gedaagde partij] heeft in de periode maart tot en met mei 2005 diverse goederen bij Wehkamp Finance B.V. (hierna Wehkamp) besteld.
2.2 Wehkamp heeft haar vermeende vordering ter zake op [gedaagde partij] aan Lindorff gecedeerd en [gedaagde partij] is van deze cessie schriftelijk in kennis gesteld.
2.3 Bij beschikking van 10 december 2009 van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem is het vermogen van [gedaagde partij] onder bewind gesteld, omdat zij als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle haar vermogenrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. [naam bewindvoerster] (hierna: [bewindvoerster]) is als bewindvoerster benoemd.
2.4 Op 29 december 2009 heeft [bewindvoerster] Lindorff op de hoogte gebracht van het feit dat zij als bewindvoerster is benoemd. Zij heeft Lindorff in het schrijven ook verzocht om een overzicht van de openstaande schuld.
2.5 [bewindvoerster] heeft op 1 april 2010 een afbetalingsvoorstel naar Lindorff gestuurd.
3. De vordering en het verweer
3.1 Lindorff heeft de veroordeling van [gedaagde partij] gevorderd tot betaling van een bedrag van € 226,20 te vermeerderen met de contractuele rente ad 1,171% per maand over € 226,20 vanaf 14 april 2010 tot aan de dag der algehele voldoening en kosten rechtens.
Lindorff heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Wehkamp in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] goederen heeft geleverd die [gedaagde partij] heeft besteld. [gedaagde partij] heeft bij het plaatsen van de bestellingen aangegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot betaling in termijnen. [gedaagde partij] heeft zich, ondanks een betalingsregeling, herinneringen en aanmaningen, niet (volledig) aan haar betalingsverplichtingen gehouden. Lindorff heeft de vordering uit handen moeten geven en heeft daarom aanspraak gemaakt op de contractuele rente. Volgens Lindorff is zij op de hoogte gebracht van het feit dat [gedaagde partij] onder bewind is gesteld, maar heeft zij abusievelijk de bewindvoerster niet gedagvaard.
3.2 [gedaagde partij] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op dit verweer wordt hierna – voor zover van belang voor de onderhavige zaak – ingegaan.
4. De beoordeling
4.1 Lindorff heeft bij de conclusie van repliek erkend dat zij op 29 december 2009 voormelde brief heeft ontvangen van de bewindvoerster van [gedaagde partij]. Lindorff was derhalve op de hoogte, althans had op de hoogte kunnen zijn van het feit dat [gedaagde partij] onder bewind is gesteld.
4.2 Uit de beschikking van 10 december 2009 alsmede de processtukken blijkt dat [gedaagde partij] onder bewind is gesteld. Ingevolge artikel 1:441 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek vertegenwoordigt een bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. Nu de vordering van Lindorff rechtstreeks betrekking heeft op de onder bewind gestelde goederen en Lindorff, hoewel op de hoogte van de onderbewindstelling en de persoon van de bewindvoerder, heeft verzuimd de bewindvoerder te dagvaarden (conform artikel 52 wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering), zal zij in haar vordering ten aanzien van [gedaagde partij] niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat [gedaagde partij] geen nadeel heeft ondervonden van het feit dat Lindorff alleen [gedaagde partij] heeft gedagvaard, zoals door Lindorff gesteld, maakt dit oordeel niet anders.
4.3 Lindorff wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1 verklaart Lindorff niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van [gedaagde partij];
5.2 veroordeelt Lindorff in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde partij] begroot op € 30,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op