ECLI:NL:RBARN:2010:BN4709
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C van Emden-Geenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verwijdering hek op route naar bovenwoning wegens toestemming en geen onrechtmatige belemmering
In deze zaak gaat het om een burenconflict over een hek dat door gedaagde is geplaatst op de route naar de enige toegang van de bovenwoning van eiser. Eiser vordert in kort geding de verwijdering van het hek omdat hij stelt dat het zonder zijn toestemming is geplaatst en de uitoefening van zijn erfdienstbaarheid belemmert.
De voorzieningenrechter acht het voorshands aannemelijk dat eiser op enig moment toestemming heeft gegeven voor de plaatsing van het hek, mede gelet op een gesprek op 7 maart 2008 waarin eiser woorden van instemming gebruikte. Hoewel eiser later terugkwam op die toestemming, heeft hij gedurende meer dan twee jaar nagelaten rechtsmaatregelen te nemen tegen het hek.
Daarnaast oordeelt de rechter dat het hek niet op onrechtmatige wijze de uitoefening van de erfdienstbaarheid belemmert, omdat gedaagde sleutels heeft verstrekt aan eiser en het hek overdag niet op slot is. Ook maakt gedaagde geen misbruik van zijn eigendomsrecht, aangezien hij een legitiem belang heeft bij het afsluiten van zijn perceel. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Gedaagde krijgt daarnaast een bevel tot gedogen van het hek en het sluiten ervan tussen 21:00 en 08:00 uur, met een dwangsom bij overtreding.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering hek wordt afgewezen; eiser moet het hek gedogen en het tussen 21:00 en 08:00 uur gesloten houden.