ECLI:NL:RBARN:2010:BN5054
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor uitkeringsfraude door verzwijging gezamenlijke huishouding en inkomsten
De rechtbank Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor uitkeringsfraude over een periode van bijna acht jaar. Verdachte maakte geen melding van het vormen van een economische eenheid en/of het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn vriendin, noch van inkomsten uit verhuur van woonruimte.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vanaf 25 oktober 1998 tot en met 31 juli 2006 samenwoonde met zijn vriendin en dat hij inkomsten uit verhuur genoot die hij niet had opgegeven. Dit werd onderbouwd met verklaringen van meerdere onafhankelijke getuigen en de eigen verklaring van verdachte. Voor de periode vóór 25 oktober 1998 werd verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uur, met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-nakoming. De straf weerspiegelt de ernst van de langdurige fraude en de benadeling van de gemeente Nijmegen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur werkstraf wegens uitkeringsfraude.