ECLI:NL:RBARN:2010:BN5058
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens langdurige uitkeringsfraude door verzwijging gezamenlijke huishouding
De rechtbank Arnhem heeft verdachte veroordeeld wegens uitkeringsfraude gepleegd in de periode van 25 oktober 1998 tot en met 31 juli 2006. Verdachte heeft nagelaten te melden dat zij een economische eenheid vormde en/of een duurzame gezamenlijke huishouding voerde met medeverdachte C.W.C., waardoor zij onrechtmatig bijstand ontving. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van diverse onafhankelijke getuigen en eigen verklaringen van medeverdachte.
De tenlastelegging omvatte ook valsheid in geschrift voor de periode van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 2000, maar de rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor het deel van de periode vóór 3 februari 1998 wegens verjaring. Voor het overige werd verdachte vrijgesproken van feiten die niet wettig en overtuigend waren bewezen.
De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 200 uur, met een vervangende hechtenis van 100 dagen bij niet-naleving. De straf is gebaseerd op de ernst van de fraude, de lange duur, de benadeling van de gemeente Nijmegen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf van 200 uur wegens uitkeringsfraude.