ECLI:NL:RBARN:2010:BN6419
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.W. Bodt
- J.H.A. van der Grinten
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging woningonttrekkingsvergunning wegens ontbreken wettelijke grondslag
Eiser vroeg vergunning aan voor het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een bed & breakfast. De gemeente verleende deze vergunning onder de voorwaarde van een financiële compensatie. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar van eiser.
De rechtbank stelde vast dat burgemeester en wethouders geen aanwijzing hadden gedaan zoals vereist in de regionale huisvestingsverordening, waardoor het verbod op woningonttrekking zonder vergunning niet van toepassing was op de betreffende woonruimte. Dit maakte het primaire besluit tot vergunningverlening zonder wettelijke grondslag.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Proceskosten werden aan eiser toegekend, maar de gevorderde verletkosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Tenslotte wees de rechtbank op mogelijke onrechtmatigheid van de Appendix in de huisvestingsverordening, omdat de aanwijzingsbevoegdheid bij het algemeen bestuur van de plusregio ligt en niet bij burgemeester en wethouders.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de woningonttrekkingsvergunning wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag en herroept het primaire besluit.