ECLI:NL:RBARN:2010:BN6673
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag op inboedel in kader van voorlopige voorziening schuldsanering
De rechtbank Arnhem behandelde op 9 september 2010 verzoeken van twee partijen tot voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro (Fw) met betrekking tot opheffing van beslag op roerende zaken.
Verzoeker 2 had een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, maar de rechtbank oordeelde dat dit verzoek een geringe kans van slagen had vanwege het voortduren van schulden en het ontbreken van budgetbeheer. Daarom werd het verzoek van verzoeker 2 afgewezen.
Verzoeker 1 stelde dat een deel van de in beslag genomen inboedel zijn eigendom betrof en dat de beslaglegger niet gerechtigd was deze goederen te verkopen. De rechtbank achtte dit aannemelijk en besloot het beslag op deze specifieke goederen op te heffen. De voorziening geldt totdat de beslissing op het toelatingsverzoek tot schuldsanering onherroepelijk is geworden of ingetrokken.
De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het overige verzoek af. De beslaglegger was opgeroepen maar niet verschenen, waardoor aan het vereiste van hoor en wederhoor was voldaan.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schuldsanering af, maar heft het beslag op een deel van de inboedel op en verklaart de voorziening uitvoerbaar bij voorraad.