ECLI:NL:RBARN:2010:BN8128
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning
Eiseres, een onderneming, kreeg op 6 januari 2010 een bestuurlijke boete van €24.000 opgelegd wegens het tewerkstellen van drie vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Het onderzoek startte op 17 september 2009 door inspecteurs van de Arbeidsinspectie, waarbij bleek dat de vreemdelingen een verblijfsvergunning hadden voor studie met een arbeidsmarktaantekening die alleen arbeid van bijkomende aard toestond en een tewerkstellingsvergunning vereiste.
Tijdens een gesprek op 23 september 2009 overhandigde de leidinggevende van eiseres documenten, maar er werd geen cautie gegeven ondanks dat het gesprek gericht was op het opleggen van een punitieve sanctie. De rechtbank oordeelde dat het bewijs dat tijdens dit gesprek werd verkregen onrechtmatig is en het gebruik ervan ontoelaatbaar is, omdat het in strijd was met het zwijgrecht zoals neergelegd in artikel 5:10a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De verklaring van 14 oktober 2009, waarbij wel cautie werd gegeven, werd niet uitgesloten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres als werkgever verantwoordelijk was en dat de boete terecht was opgelegd. Eiseres voerde aan dat de boete onevenredig hoog was en dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid, maar dit werd verworpen. De omstandigheden, zoals het inschakelen van een extern bureau, het betalen van CAO-lonen en het ontbreken van financieel voordeel, rechtvaardigden geen matiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens illegale tewerkstelling wordt ongegrond verklaard, maar bewijs verkregen zonder cautie is onrechtmatig en ontoelaatbaar.