ECLI:NL:RBARN:2010:BN8194
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens vermeend niet-noodzakelijk vermogen onterecht
Eiseres, een zelfstandige ondernemer, diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres beschikte over vermogen dat niet noodzakelijk zou zijn voor de uitoefening van haar bedrijf. De rechtbank oordeelt dat eiseres als zelfstandige in de zin van het Bbz 2004 moet worden aangemerkt en dat de aanvraag terecht aan dit besluit is getoetst, waardoor een aparte beoordeling op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) achterwege mocht blijven.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in strijd met artikel 7 van Pro het Bbz 2004 heeft gehandeld door het vermogen van eiseres niet als noodzakelijk voor haar bedrijf te erkennen. Dit vermogen, waaronder een banktegoed en een auto, is volgens de Nota van Toelichting onlosmakelijk verbonden met de bedrijfsuitoefening en dient niet als privévermogen te worden onderscheiden. Hierdoor stond het vermogen niet in de weg aan bijstandverlening.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.