ECLI:NL:RBARN:2010:BN8197
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.C. Schuurman-Kleijberg
- S.W. van Osch-Leysma
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontheffing dempen C-watergang en aanleg grindkoffer wegens onvoldoende motivering
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland verleende ontheffing voor het dempen van de C-watergang en het aanleggen van een grindkoffer met drain. Eisers stelden dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de uitvoering van de grindkoffer schade aan hun perceel zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende voorschriften bevatte over de feitelijke uitvoering van de grindkoffer, met name over de waterdoorlatendheid aan de bovenzijde en zijkanten. Na toevoeging van voorschrift 45a, dat de waterdoorlatendheid van de grindkoffer moest waarborgen, werd het gebrek in de motivering hersteld.
Desondanks werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, omdat de motivering onvoldoende was. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel bleven echter in stand conform artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het besluit tot ontheffing voor het dempen van de C-watergang en aanleg van de grindkoffer wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na toevoeging van voorschrift 45a.