ECLI:NL:RBARN:2010:BN8489

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/1089 en 10/1091
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 288 lid 2 onder d Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening moratorium ter voorkoming ontruiming woning bij huurachterstand en schuldsanering

Van Meerten en Mulder huurden een woning van Stichting Volkshuisvesting Tiel (SVT) en hadden een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen, gepland op 16 september 2010. Van Meerten en Mulder vroegen vervolgens een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet om ontruiming te voorkomen, in het kader van hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming. SVT verzette zich tegen het moratorium vanwege eerdere betalingsachterstanden en het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning. Van Meerten en Mulder verklaarden dat zij via familie en een stichting het bedrag konden bijeenbrengen, maar geen zekerheid kregen dat de ontruiming zou worden opgeschort. Zij stonden onder budgetbeheer en voldeden de lopende huurtermijnen.

De rechtbank oordeelde dat het moratorium noodzakelijk was om Van Meerten en Mulder in staat te stellen een minnelijke schuldregeling te treffen. Het belang van SVT bij ontruiming woog onvoldoende zwaar, mede omdat de ontruimploeg kosteloos kon worden geannuleerd. De voorlopige voorziening werd toegekend onder de voorwaarde dat de huurtermijnen stipt worden voldaan en geldt maximaal zes maanden of totdat het verzoek tot schuldsanering wordt ingetrokken of definitief beslist.

Uitkomst: De rechtbank schort de ontruiming van de woning op voor maximaal zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen stipt worden voldaan.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
rekestnummer: 10/1089 en 10/1091
uitspraakdatum: 14 september 2010
Voorlopige voorziening artikel 287b lid 1 Faillissementswet
in de zaak van
J.A. van Meerten en A. Mulder e/v Van Meerten,
wonende te Tiel
verzoekers,
nader te noemen Van Meerten en Mulder,
hebben Van Meerten en Mulder op 7 september 2010 (elk) een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw). Op 7 september 2010 zijn eveneens verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.
1. De vaststaande feiten en de procedure
1.1 Van Meerten en Mulder huren al geruime tijd van Stichting Volkshuisvesting Tiel (hierna te noemen: SVT), gevestigd en kantoorhoudende te Tiel, de woning gelegen aan het adres De Hennepe 28, 4003 AE Tiel.
1.2 Van Meerten en Mulder hebben tot en met april 2010 een huurachterstand laten ontstaan bij SVT van € 1.725,80. De kantonrechter heeft bij vonnis van 23 juni 2010 de huurovereenkomst ontbonden, de ontruiming van de door Van Klooster en Poelstra gehuurde woning gelast en Van Klooster en Poelstra veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten.
1.3 Bij brief van 30 augustus 2010 heeft SVT aan Van Meerten en Mulder laten weten dat de ontruimingsdatum is bepaald op 16 september 2010 om 10.00 uur.
1.4. Op 7 september 2010 hebben Van Meerten en Mulder een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Van Meerten en Mulder hebben daarbij gevraagd om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet ter voorkoming van de ontruiming van hun woning. Dit verzoek is ter zitting van deze rechtbank op 14 september 2010 behandeld. Van Meerten en Mulder zijn ter terechtzitting gehoord, vergezeld van hun maatschappelijk werkster, mevrouw Nagelsmit. SVT is niet ter terechtzitting verschenen. Tempelman en De Niet gerechtsdeurwaarders heeft namens SVT per fax d.d. 13 september 2010 toegelicht waarom SVT zich verzet tegen het verzoek tot het stellen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet. Voornoemde fax is ter zitting besproken met Van Meerten en Mulder.
2. Het standpunt van de partijen
2.1 Van Meerten en Mulder hebben ter zitting verklaard dat zij diverse malen contact hebben gehad met Tempelman-de Niet. Diverse malen werd hen door verschillende medewerkers van Tempelman-de Niet of SVT voorgehouden dat als zij de vordering zouden betalen de ontruiming kon worden tegengehouden. Dit werd echter telkens weer weersproken en hen werd meegedeeld dat ook al zou het bedrag voldaan zijn dat de ontruiming gewoon zou plaatsvinden. Van Meerten en Mulder kunnen via familie en de Heumes-Sitta stichting het bedrag bijeen krijgen maar nu er geen zekerheid kan worden gegeven over het wel of niet intrekken van de voornoemde ontruiming is de familie niet langer bereid dit bedrag te voldoen. Met betrekking tot de ontdekte hennepplantage hebben Van Meerten en Mulder meegedeeld dat zij dit als middel zagen om hun financiële problemen op te lossen. De maatschappelijk werkster, mevrouw Nagelsmid, van Van Meerten en Mulder heeft ter zitting meegedeeld dat zij diverse gesprekken heeft gehad met SVT en verschillende oplossingen heeft voorgelegd maar dat deze hierin niet willen meewerken.Van Meerten en Mulder hebben thans budgetbeheer en dit verloopt naar wens. De lopende huurverplichtingen en overige vaste lasten worden structureel voldaan door de budgetbeheerder. Mevrouw Nagelsmid heeft ter zitting meegedeeld dat het gezin thans intensieve thuisbegeleiding ontvangt, maar dat deze begeleiding wegvalt als het gezin uit huis wordt gezet. Zij heeft er verder op gewezen dat een van de kinderen van verzoekers een erfelijke bloedziekte heeft waardoor zij elke drie weken met hem naar het ziekenhuis te Utrecht moeten, hetgeen extra kosten met zich meebrengt.
2.2 SVT heeft schriftelijk (genoemde faxbrief d.d. 13 september 2010) op het verzoek gereageerd en daarin gevraagd om de voorlopige voorziening te weigeren. SVT voert daartoe het volgende aan. Onderhavige vordering is inmiddels de derde vordering die uit handen is gegeven aan Tempelman-De Niet gerechtsdeurwaarders wegens betalingsachterstanden van Van Meerten en Mulder. De eerste maal gebeurde dit in oktober 2007. Deze vordering is in april 2008 na verschillende deelbetalingen van Van Meerten en Mulder afgerekend. Een vordering uit 2008 is nog steeds niet volledig betaald en is tot op de dag van vandaag nog in behandeling bij Tempelman-de Niet. In dit dossier werd minnelijk geen betaling verkregen zodat Tempelman-de Niet uiteindelijk een dagvaarding heeft uitgereikt aan Van Meerten en Mulder. In deze dagvaarding werd nog geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde verzocht, aangezien de huurachterstand destijds minder dan drie maanden bedroeg. De vordering in deze zaak is thans € 256,97. In de onderhavige vordering, in behandeling genomen door Tempelman-de Niet in oktober 2009, is een vonnis tot ontbinding en ontruiming uitgesproken op 23 juni 2010. In dit dossier dient door Van Meerten en Mulder een bedrag te worden betaald van € 3.124,65 op basis van voornoemd vonnis. Daarnaast zijn Van Meerten en Mulder in een gerechtelijke procedure verwikkeld omtrent het navolgende. Op 22 november 2009 heeft de politie een onderzoek ingesteld in de woning van Van Meerten en Mulder en heeft een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. SVT heeft van de politie vernomen dat er ruim 300 hennepplanten zijn aangetroffen met de daarbij behorende voorzieningen. Van Meerten en Mulder hebben zich met deze handelwijze niet als goede huurder gedragen.
Op grond van bovenstaande meent SVT dat Van Meerten en Mulder niet te goeder trouw hebben gehandeld; er is een aanzienlijke huurachterstand en Van Meerten en Mulder hebben zich reeds eerder veroordeeld gezien voor een huurachterstand.
3. De beoordeling
3.1 De rechtbank stelt allereerst vast dat er sprake is van een bedreigende situatie als
bedoeld in het tweede lid van artikel 287b van de wet, nu de ontruiming is aangezegd tegen 16 september 2010. De zaak is geschikt om in kort geding te beslissen.
3.2 De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening noodzakelijk is teneinde Van Meerten en Mulder in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met haar schuldeisers te komen over een minnelijke schuldregeling. Blijkens het ingediende schuldsaneringsverzoek is dit minnelijke traject wegens de dreigende ontruiming van hun woning nog niet opgestart. Verder geldt dat geen sprake is van een situatie waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op aard en omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is.
Het belang van SVT bij ontruiming van de woning legt daartegenover onvoldoende gewicht in de schaal. Daarbij is betrokken dat Van Meerten en Mulder onder budgetbeheer staan en dat de lopende huurtermijnen worden voldaan terwijl de door SVT ingeschakelde ‘ontruimploeg’ blijkens genoemde faxbrief van 13 februari 2010 kosteloos kan worden geannuleerd.
3.3 De rechtbank voegt daar voor de volledigheid nog het volgende aan toe. Uit de stukken blijkt weliswaar dat op zowel van Meerten als Mulder eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, zodat een nieuwe toelating op grond van art. 288 lid 2 onder Pro d Fw mogelijk/waarschijnlijk moet worden afgewezen, maar uit art. 287b Fw en haar totstandkomingsgeschiedenis blijkt niet dat de mogelijkheid van toelating tot de schuldsaneringsregeling bij de beoordeling van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden betrokken.
3.4 De conclusie is dat de gevraagde voorziening gegeven zal worden. Hierbij geldt de voorwaarde dat verzoekers vanaf heden de verschuldigde huurtermijn stipt voldoet.
3.5 Indien verzoekers gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met hun schuldeisers tot stand brengen, dienen zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in te trekken. Indien geen minnelijke regeling tot stand komt, dienen verzoekers dit eveneens onverwijld te melden. In dat geval zal een datum voor mondelinge behandeling van het verzoekschrift worden bepaald.
4. De beslissing
De rechtbank
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 23 juni 2010 op verzoek van SVT uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan De Hennepe 28 te Tiel voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek verschuldigde huurtermijnen zullen worden voldaan;
- bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;
- bepaalt dat degene die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.
Gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.