ECLI:NL:RBARN:2010:BN8518
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling woning met geschil over waardering in verhuurde of vrije staat
Partijen zijn broers die gezamenlijk een woning hebben gekocht van de curator na het faillissement van hun ouders. De ouders wonen nog in de woning en betalen een maandelijkse bijdrage van €270,00. Het geschil betreft de waardering van de woning bij verdeling van de mede-eigendom: moet dit plaatsvinden op basis van de waarde in verhuurde staat of in vrij opleverbare staat?
De rechtbank stelt vast dat de ouders een persoonlijk recht hebben om levenslang in de woning te blijven wonen, maar dit recht geldt niet tegenover derden en beïnvloedt daarom niet de waarde in het vrije verkeer. Echter, de rechtbank kwalificeert de situatie als een huurovereenkomst omdat de ouders een maandelijkse betaling doen die als tegenprestatie kan worden gezien. Dit recht kan wel tegenover derden worden ingeroepen, waardoor de woning bij waardering rekening moet houden met deze huurovereenkomst.
De rechtbank besluit daarom de woning te laten waarderen door een deskundige, die de waarde moet bepalen rekening houdend met de huurovereenkomst. Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de verdere afwikkeling van de verdeling. Tevens wordt rekening gehouden met mogelijke financieringsproblemen bij de overname van het aandeel door een van de broers.
Uitkomst: De woning wordt verdeeld en gewaardeerd rekening houdend met de huurovereenkomst, met benoeming van een deskundige voor waardebepaling.