ECLI:NL:RBARN:2010:BN9348
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid rentmeester voor onvoldoende gemotiveerd bindend advies over meerwaarde landbouwgrond
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de rentmeester aansprakelijk was voor een toerekenbare tekortkoming bij het uitbrengen van een bindend advies over de meerwaarde van landbouwgrond. De meerwaarde werd berekend in het kader van een verdeling tussen broers en zussen, waarbij de mogelijkheid tot ontwikkeling van landgoederen centraal stond.
De rechtbank stelde vast dat het bindend advies door het hof was vernietigd vanwege ernstige gebreken, met name een onvoldoende motivering en het ontbreken van een beredeneerd inzicht in de kansen en risico's van de landgoedontwikkeling. De rentmeesters hadden geen extern onderzoek verricht en lieten belangrijke factoren buiten beschouwing.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de rentmeester niet aansprakelijk was omdat er geen sprake was van opzet, bewuste roekeloosheid of kennelijke grove miskenning van de opdracht. De relatie tussen partijen was veranderd door de opdracht tot bindend advies, waardoor een terughoudende maatstaf voor aansprakelijkheid geldt.
De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. A.E.B. ter Heide op 29 september 2010.
Uitkomst: De vordering tot aansprakelijkheid van de rentmeester wegens toerekenbare tekortkoming wordt afgewezen.