ECLI:NL:RBARN:2010:BN9787

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-913
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 14 lid 1 IVBPR
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in civiele procedure

Euro Beveiligingen B.V. heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend kantonrechter en de rolrechter in een civiele procedure bij de rechtbank Arnhem. Het verzoek betrof onder meer het bekend maken van de naam van de kantonrechter en een proceskostenveroordeling.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de eisen van onpartijdigheid zoals neergelegd in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De kamer oordeelde dat het bekend maken van de naam van de kantonrechter en het toekennen van proceskosten niet binnen haar bevoegdheid valt om te beoordelen.

Voor de overige aangevoerde gronden heeft de verzoeker geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechters rechtvaardigen. Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen.

De beschikking is gegeven door de wrakingskamer bestaande uit J.D.A. den Tonkelaar (voorzitter), G.H.W. Bodt en G.A. van Straaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend kantonrechter en rolrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan feiten die rechterlijke onpartijdigheid aantasten.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
registratienummer: 10-913
Beschikking van 5 oktober 2010
inzake
Euro Beveiligingen B.V.,
verzoeker tot wraking,
gemachtigde [de heer A]
en
mrs. [X en Y],
te weten mr. [X] in hoedanigheid van rolrechter en mr. [Y] in hoedanigheid van behandelend kantonrechter in de zaak tussen Euro Beveiligingen B.V. en de maatschap OMVR Lunenberg Advocaten.
1. De procedure
1.1. Bij schrijven van 24 juli 2010 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mrs. [X en Y]
1.2. Bij schrijven van 7 september 2010 heeft mr. [X] aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft zij haar zienswijze ten aanzien van het wrakingsverzoek uiteengezet. Bij faxbericht van 20 september 2010 heeft de gemachtigde [de heer A] zijn standpunt nader uiteengezet.
1.3. Op 4 oktober 2010 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. De heer [de heer B] is verschenen. De heer [A] is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Wel is verschenen de heer [C] als vervanger van [A].
2. De beoordeling
2.1. Gelet op artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden beslist of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid bij de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM Pro (en artikel 14 lid 1 IVBPR Pro) dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
2.3. Voorzover de gronden van wraking zien op het bekend maken van de naam van de behandelend kantonrechter en het toekennen van een proceskostenveroordeling, is de wrakingskamer van oordeel dat dit niet binnen haar bevoegdheid valt. Ten aanzien van de overige gronden die verzoeker aan het verzoek tot wraking ten grondslag heeft gelegd zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro.
2.4. Het voorgaande leidt ertoe dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beschikking is gegeven door mrs J.D.A. den Tonkelaar (voorzitter), G.H.W. Bodt en G.A. van Straaten in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Westerdijk.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.