ECLI:NL:RBARN:2010:BN9790
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing medehuurderschap en ontruiming na overlijden huurder
Tussen De Paalhoeve B.V. en de overleden huurder bestond een huurovereenkomst voor een woning. Na het overlijden van de huurder woonde de medehuurster in de woning en betaalde zij huur. Zij vorderde erkenning als medehuurster op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en voortzetting van de huurovereenkomst.
De verhuurder stelde dat de medehuurster geen hoofdverblijf had in de woning en dat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding bestond, waardoor zij zonder recht of titel verbleef. De kantonrechter beoordeelde de situatie over verschillende perioden en concludeerde dat de medehuurster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning haar hoofdverblijf was, mede gelet op de GBA-registraties en de omstandigheden.
De vordering van de medehuurster werd afgewezen en de verhuurder werd toegewezen tot ontruiming van de woning. De medehuurster kreeg uitstel tot 15 januari 2011 om de woning te verlaten, waarna de verhuurder gemachtigd werd tot ontruiming met behulp van de sterke arm. Tevens werd de medehuurster veroordeeld tot betaling van huur en proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot erkenning als medehuurster wordt afgewezen en ontruiming van de woning per 15 januari 2011 bevolen.