ECLI:NL:RBARN:2010:BO0081
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Civiele vordering wegens onrechtmatige daad na diefstal kluis met contant geld
Eisers vorderen betaling van € 100.000,- plus rente en incassokosten van gedaagden wegens onrechtmatige daad na diefstal van een kluis met contant geld bij betrokkene. De diefstal vond plaats op 8 februari 2005, waarbij ongeveer € 200.000,- werd weggenomen. Een deel van dit bedrag, circa € 101.801,24, zou toebehoren aan de benadeelde partij, wiens erfgenamen de vordering instellen.
De rechtbank stelt vast dat de strafvonnissen tegen gedaagden dwingend bewijs leveren dat de diefstal heeft plaatsgevonden, maar niet dat het specifieke deel van het geld aan de benadeelde partij toebehoorde. Er is discussie over de omvang van het contante geld in de kluis en de toedeling daarvan. Bewijsmiddelen zoals verklaringen, bankafschriften en strafvonnissen worden besproken, maar onvoldoende geacht om het eigendom van het geld aan de benadeelde partij te bewijzen.
De rechtbank wijst de vordering tegen een van de gedaagden toe wegens ontbreken van verweer, maar laat de overige gedaagden toe te reageren op aanvullend bewijs. Eisers krijgen gelegenheid om aanvullend bewijs te leveren, waaronder getuigenverklaringen en bewijsstukken, waarna de zaak wordt voortgezet. De beslissing over de vordering wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
De rechtbank benadrukt dat een veroordeling tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat niet in de weg staat aan een civiele schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, mits deze op een andere grondslag berust. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: Vordering deels toegewezen tegen gedaagde zonder verweer; overige vorderingen aangehouden voor aanvullend bewijs.