ECLI:NL:RBARN:2010:BO0193
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na ontbinding mobiele telefonie-overeenkomst wegens onvoldoende onderbouwing
Intrum Justitia heeft een vordering ingesteld tot betaling van een factuur en schadevergoeding op grond van artikel 6:277 BW Pro na ontbinding van een mobiele telefonie-overeenkomst met [gedaagde partij]. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis Intrum Justitia de mogelijkheid gegeven haar vordering nader te onderbouwen.
Intrum Justitia heeft echter nagelaten de schadeposten voldoende te specificeren en te onderbouwen, ondanks het verzoek van de kantonrechter. De stelling dat Vodafone een toestel ter waarde van € 200,00 om niet ter beschikking had gesteld, werd door [gedaagde partij] betwist en bleef onbewezen. Hierdoor kon het positief contractsbelang niet worden vastgesteld.
De kantonrechter wees daarom de vordering tot betaling van de factuur van 6 oktober 2009 af, maar kende wel een bedrag van € 37,00 toe voor buitengerechtelijke kosten, aangezien deze kosten aannemelijk en gebruikelijk waren. Verder werd [gedaagde partij] veroordeeld tot betaling van reeds vastgestelde abonnementskosten, gebruikskosten en wettelijke rente. De proceskosten werden eveneens aan [gedaagde partij] opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding na ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.