ECLI:NL:RBARN:2010:BO1329
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tussenkomst in civiele procedure inzake vernietiging aandelenleaseovereenkomsten
Levob Bank sloot in 1998 met haar echtgenoot zes aandelenleaseovereenkomsten genaamd 'Levob Hefboom Effect' voor een duur van tien jaar. Na afloop ontstond een restschuld waarvoor Levob Bank betaling vorderde. De echtgenote van de contractspartij verzocht om tussenkomst in de hoofdzaak om de overeenkomsten te laten vernietigen, stellende dat het huurkoopovereenkomsten zijn waarvoor haar schriftelijke toestemming ontbrak.
Levob Bank verweerde zich door te wijzen op jurisprudentie waarin deze overeenkomsten niet als huurkoop worden beschouwd, waardoor vernietiging op die grond niet slaagt. De rechtbank overwoog dat hoewel de kans op succes gering is, het belang van de echtgenote bij tussenkomst voldoende is, mede omdat de Hoge Raad zich nog niet over deze overeenkomsten heeft uitgesproken.
De rechtbank wees de vordering tot tussenkomst toe en verwees de zaak naar de rol voor verdere behandeling. De beslissing over de proceskosten van het incident werd aangehouden. De procedure zal worden voortgezet met conclusies van eis en antwoord van partijen.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat de echtgenote tussenkomt in de hoofdzaak om een zelfstandige vordering tot vernietiging van de aandelenleaseovereenkomsten in te stellen.