ECLI:NL:RBARN:2010:BO1361
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming en eigendomsoverdracht onroerend goed in nalatenschapsgeschil
In deze zaak staat de vraag centraal of er een rechtsgeldige huurovereenkomst bestaat tussen de huurder en een mede-eigenaar van een pand dat onderdeel is van een nalatenschap. De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is tussen de huurder en de mede-eigenaar die deze heeft gesloten, maar dat de andere mede-eigenaar hier niet aan is gebonden omdat de huurovereenkomst zonder diens medeweten is gesloten en deze mede-eigenaar niet bevoegd was om de overeenkomst aan te gaan.
De mede-eigenaar die niet gebonden is aan de huurovereenkomst heeft een vordering ingesteld tot ontruiming van het pand en tot het verkrijgen van volledige eigendom. De voorzieningenrechter wijst de vordering tot ontruiming toe, met uitzondering van de verhuurde gedeelten, en veroordeelt de mede-eigenaar die huurt het pand binnen vijf dagen te ontruimen. Tevens wordt de mede-eigenaar die niet gebonden is aan de huurovereenkomst veroordeeld tot het storten van een zekerheid van €130.000,- onder de notaris ten gunste van de andere mede-eigenaar.
Daarnaast wordt de mede-eigenaar die huurt verboden zich toegang te verschaffen tot het pand en wordt de andere mede-eigenaar verplicht mee te werken aan de overdracht van het pand. De voorzieningenrechter machtigt de mede-eigenaar die niet gebonden is aan de huurovereenkomst om zonodig met behulp van de sterke arm de ontruiming en inspectie van het pand te effectueren. De vorderingen van de huurder tot toegang en bescherming worden afgewezen. Ten slotte worden de proceskosten grotendeels aan de zijde van de mede-eigenaar die niet gebonden is aan de huurovereenkomst toegewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt ontruiming van het pand door huurder en veroordeelt mede-eigenaar tot medewerking aan eigendomsoverdracht met zekerheidstelling.