ECLI:NL:RBARN:2010:BO1711
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het uit gewoonte bezitten van kinderpornografische afbeeldingen
De rechtbank Arnhem heeft vastgesteld dat verdachte uit Velp gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 4 december 2007 uit gewoonte kinderpornografische afbeeldingen in bezit had. Op twee in beslag genomen computers werden circa 379 tot 387 afbeeldingen aangetroffen die voldeden aan de Tanner-criteria voor kinderporno. Verdachte heeft bekend de afbeeldingen bewust te hebben gedownload en opgeslagen.
De verdediging voerde aan dat de tijdsaanduidingen op de computers onbetrouwbaar waren, dat de zoon van verdachte mogelijk de afbeeldingen had gedownload en dat niet alle afbeeldingen daadwerkelijk kinderporno waren. Deze verweren werden door de rechtbank verworpen op basis van deskundigenverklaringen en de verklaringen van verdachte zelf.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte uit gewoonte kinderpornografisch materiaal bezat en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 9 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een werkstraf van 240 uur. Als bijzondere voorwaarde werd reclasseringscontact en behandeling bij Kairos of een vergelijkbare instelling opgelegd om recidive te voorkomen.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit vanwege de schadelijke gevolgen voor de slachtoffers en rekende het verdachte zwaar aan dat hij zijn zoon als mogelijke dader aanwees. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met het feit dat het een oudere zaak betrof en dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is.
Tot slot werd bepaald dat de in beslag genomen computers onttrokken worden aan het verkeer. De uitspraak werd gedaan op 26 oktober 2010 door een meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur wegens het uit gewoonte bezitten van kinderpornografisch materiaal.