ECLI:NL:RBARN:2010:BO1793
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WAO-uitkering op grond van artikel 44 WAO met terugwerkende kracht
In deze zaak staat centraal of verweerder terecht en op goede gronden overgegaan is tot terugvordering van een WAO-uitkering op grond van artikel 44 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Eiseres ontving een WAO-uitkering die later werd verlaagd vanwege een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid. Verweerder paste artikel 44 WAO Pro toe om de uitkering te verlagen en een bedrag terug te vorderen wegens inkomsten uit arbeid.
Eiseres stelde dat sprake was van een medische afname van arbeidsongeschiktheid en dat de maatman opnieuw vastgesteld moest worden. De rechtbank oordeelde dat artikel 44 WAO Pro alleen ziet op de uitbetaling van de uitkering bij inkomsten uit arbeid en dat de maatman niet opnieuw wordt vastgesteld bij toepassing van dit artikel. Ook werd geoordeeld dat de fictieve schatting van de arbeidsongeschiktheid bij toepassing van artikel 44 niet Pro in strijd is met het recht.
Verder stelde eiseres dat artikel 44 WAO Pro niet met terugwerkende kracht toegepast mocht worden. De rechtbank verwierp dit en stelde dat eiseres redelijkerwijs had moeten begrijpen dat haar toegenomen inkomsten invloed zouden hebben op haar uitkering, mede omdat zij was gewezen op haar meldingsplicht. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat eiseres de gewijzigde inkomsten tijdig had gemeld of dat er toezeggingen waren gedaan die haar vertrouwen rechtvaardigden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht met terugwerkende kracht artikel 44 WAO Pro heeft toegepast en dat de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering terecht is. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.