ECLI:NL:RBARN:2010:BO1809
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel verlaging bijstand wegens niet behouden algemeen geaccepteerde arbeid
Eiser ontving een bijstandsuitkering en was in dienst bij een werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze overeenkomst werd in de proeftijd per 1 december 2009 beëindigd op verzoek van eiser, wat verweerder kwalificeerde als het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Verweerder legde op grond hiervan een verlaging van de bijstand met 100% voor een maand op.
Eiser stelde dat hij zich ziek had gemeld en niet zelf ontslag had genomen. Verweerder onderbouwde zijn standpunt met een rapportage en verklaringen van werkgever en inlener, waaruit bleek dat eiser telefonisch ontslag had genomen. De rechtbank vond het standpunt van verweerder terecht en oordeelde dat eiser een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de maatregel was gebaseerd op artikel 9, vierde lid, onder c, juncto artikel 10, aanhef en onder d, van de Afstemmingsverordening Wwb, welke niet van toepassing is op het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Deze bepaling is in strijd met de Wwb en derhalve onverbindend.
Omdat ook geen andere wettelijke grondslag aanwezig was voor de verlaging, vernietigde de rechtbank het besluit en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.