ECLI:NL:RBARN:2010:BO2150
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alleen ouderlijk gezag na vernietiging vaderschap
De rechtbank Arnhem heeft op 14 juli 2010 uitspraak gedaan in een zaak waarin de man verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag te wijzigen, zodat alleen de vrouw het gezag zou uitoefenen over de minderjarige. De minderjarige is geboren tijdens de relatie tussen de man en de vrouw. De man stelde ten onrechte te zijn erkend als vader en verzocht vernietiging van deze erkenning.
Bij beschikking van 18 februari 2010 is de erkenning van de man vernietigd, waardoor hij juridisch nooit de vader van de minderjarige is geweest. Op grond van artikel 1:206 Burgerlijk Pro Wetboek wordt de erkenning geacht nooit te hebben bestaan nadat de vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan.
De rechtbank oordeelde dat de rechtsgrond voor de aantekening van gezamenlijk gezag in het gezagsregister is komen te vervallen. Hierdoor oefent de vrouw van rechtswege alleen het ouderlijk gezag uit. Het meer of anders verzochte werd afgewezen. De griffier wordt opgedragen het gezagsregister onverwijld te informeren over de vernietiging zodat de aantekening kan worden aangepast.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kinderrechter G.W. Brands-Bottema. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na dagtekening, via het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De vrouw oefent alleen het ouderlijk gezag uit over de minderjarige na vernietiging van het vaderschap van de man.