ECLI:NL:RBARN:2010:BO2572
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem beslist over aftrekbaarheid nabetalingsverplichtingen bij deelnemingen en toepassing foutenleer
In deze zaak stond centraal of eiseres de nabetalingsverplichtingen uit 1998 met betrekking tot de deelnemingen in [E] BV en [G] BV in 2003 ten laste van haar winst mocht brengen. Eiseres had de nabetalingen over de jaren 2001 en 2002 niet eerder ten laste van de winst gebracht en wilde deze alsnog in 2003 aftrekken. Verweerder stelde zich op het standpunt dat alle betalingen onder de deelnemingsvrijstelling vielen en niet aftrekbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de schattingsjurisprudentie van de Hoge Raad nog steeds geldt, wat inhoudt dat de geschatte waarde van nabetalingsverplichtingen bij verkrijging als onderdeel van de kostprijs van de deelneming moet worden geactiveerd en gepassiveerd. Eiseres had dit nagelaten, waardoor sprake was van fouten in de balanswaardering. De foutenleer schrijft voor dat dergelijke fouten in de oudste openstaande jaren hersteld moeten worden.
De rechtbank stelde vast dat de nabetalingen over 2001 en 2002 niet aftrekbaar zijn in 2003, omdat eiseres deze niet eerder ten laste van de winst had gebracht en de verplichting in 2002 was geëindigd. De nabetaling over 2003 werd wel toegelaten omdat deze de reële waarde van de verplichting overtrof. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en stelde het verlies voor 2003 vast op € 41.516.
Uitkomst: De rechtbank stelde vast dat nabetalingen over 2001 en 2002 niet aftrekbaar zijn, maar de nabetaling over 2003 wel aftrekbaar is vanwege overschrijding van de reële waarde.