ECLI:NL:RBARN:2010:BO4016
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Staat tot inning dwangsommen niet verjaard in geschil over rivierbedcompensatie
Excluton B.V. heeft in verzet gesteld tegen een dwangbevel van de Staat der Nederlanden wegens het niet uitvoeren van rivierbedcompensatie en het niet verlagen van een toegangsweg. De Staat had dwangsommen opgelegd wegens overtreding van een last onder dwangsom, met een begunstigingstermijn die Excluton niet heeft gehaald.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bevoegdheid van de Staat tot inning van de dwangsommen was verjaard en of de vaststellingsovereenkomst tussen partijen de inning in de weg stond. Excluton voerde onder meer aan dat de begunstigingstermijn niet hard was, sprake was van overmacht en dat de civiele afspraken de bestuursrechtelijke bevoegdheden doorkruisten.
De rechtbank oordeelde dat het dwangsombesluit van 26 april 2006 onherroepelijk is geworden na intrekking van het beroep door Excluton en dat de civiele vaststellingsovereenkomst geen bestuursrechtelijk besluit is en geen verlenging van de begunstigingstermijn inhield. De afspraken betroffen slechts de civielrechtelijke omgang met de inning van dwangsommen en stonden niet in de weg aan de inning.
Verder werd geoordeeld dat de bevoegdheid tot inning niet was verjaard, omdat Excluton met de vaststellingsovereenkomst afstand van verjaring had gedaan. Het beroep op overmacht faalde, mede omdat Excluton zonder vergunning de toegangsweg had aangelegd en daarmee zelf de situatie had veroorzaakt.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, veroordeelde Excluton in de proceskosten en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het verzet van Excluton tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.