ECLI:NL:RBARN:2010:BO4045
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens gebrek aan bewijs van knevelarij en vennootschapsrechtelijke verstrengeling
Eiseres stelde dat gedaagden, waaronder een incassobedrijf en een gerechtsdeurwaarder, zich schuldig hadden gemaakt aan knevelarij en dat er sprake was van vennootschapsrechtelijke verstrengeling waardoor gelden ten onrechte bij haar werden geïnd. Zij vorderde inzage in diverse financiële overzichten en betaling van een bedrag van €9.730,65 met rente.
De rechtbank onderzocht de structuur van de betrokken vennootschappen en concludeerde dat er geen bewijs was dat gedaagden anders dan als gemachtigde optraden en dat betalingen niet ten goede kwamen aan gedaagden zelf. De stelling van knevelarij werd verworpen omdat geen sprake was van onrechtmatige vordering door een ambtenaar in de zin van art. 366 Sr Pro.
Ook de vermeende dubbele inning van bedragen voor verschillende vennootschappen werd niet bewezen. Eiseres had bovendien zelf het risico genomen door te betalen terwijl zij het zicht op haar schuld kwijt was. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde eiseres in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: Vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.